Bij het Raku stoken is het altijd een verrassing hoe een urn uit de oven komt. Het is van veel factoren afhankelijk. Je kunt het wel een beetje bepalen, maar het is vooral spelen met natuurelementen als temperatuur, wind en vuur.

De urn wordt gemaakt van klei en daarna gedroogd en gebakken op ongeveer 950 graden. Vervolgens wordt het geglazuurd en is het klaar voor het Raku-stoken.

Ik stook de Raku-ton op tot ongeveer 950 tot 1.000 graden Celsius. Dit gebeurt buiten met een gasbrander in een eigengemaakte (met keramische deken geïsoleerde) Raku oven. 
Met een speciale tang en handschoenen wordt de rood gloeiende urn er voorzichtig uitgetild. Door het verschil in het krimpen van de klei en het glazuur onstaat het craquelé, De temperatuurschok versnelt dit proces van craqueleren.  

Vervolgens wordt de nog hete urn in de rookoven geplaatst. Hier worden de barsten in het glazuur en de niet geglazuurde delen zwart ingerookt, waardoor een mooi en unique effect ontstaat. 
Door de hoge temperatuur van de urn, ontbrandt het zaagsel meteen, waardoor er veel rook ontstaat. Het deksel gaat dan op de ton en na een half uur mag de ton open en wordt de hete, zwartgeblakerde urn eruit gehaald. 

Het echte resultaat komt pas tevoorschijn na het poetsen van de urn en de verschillende craquelé effecten worden zichtbaar.